Pap (2007)

Situatie: Twee kinderen (X en Y) in een kar voortgetrokken door een fiets met vader (Z) komen langs.

X: Wie eet er snot?
(la, la, la, so*)

Y: Hihi
Y: Ik eet pap!
(la, la, so*)

X: Pahap?

Z: Ja?

*Zangmelodie: toonladder van C:
C
do-re-mi-fa-so-la-ti-do

Meten met twee maten

M en V zitten tegenover elkaar in een café. Een kleine tweepersoonstafel staat pontificaal tussen hen in. Ze leunen naar elkaar toe, hun ogen stralen. De zachte gezichten raken elkaar loomvochtig onder een hoek van dertig tot negentig graden. Warme adem. Aftasten.

Ze stappen, elkaar aankijkend, op. Ze moeten weg.
Hun twee consumpties – een bordeauxrood wijntje voor V, een goudgeel biertje voor M – laten ze nog voor driekwart gevuld achter..

Kortrok

(plaats: supermarktkassa, wie: dialoog tussen cassière en winkelende vriendin)

-Eerst had ik een leuke rok maar die mocht ik van mijn moeder niet aan omdat die te kort zou zijn.
Daarna kwam ik thuis met een nog korter spijkerrokje en die vond ze wèl goed. Beetje vreemd..
-Misschien omdat je niet onder een spijkerrokje kunt kijken? 🙂

..en zwarte piet (2006)

Twee fietsers jakkeren door de stad. Rechts op het trottoir wordt door hen een bonte groep waargenomen die men zo begin december wel vaker in de stad kan zien rondlopen: het gezelschap bestaat waarachtig uit de Sint en zijn gevolg van bontgevederde zwarte pieten. Zijn schimmelpaard is niet van de partij dit keer.
“He, Sinterklaas!”, roept 1 van de fietsers.
St. Niklaas maakt een kort groetend gebaar met zijn rechterhand. Dit doet niet zozeer ter zake. Interessanter is er wat benevens de Goedheiligman gebeurd.
De piet die de Sint escorteert riposteert nl. ad rem:
“..en zwarte piet”, daarbij een veelzeggend handgebaar makend dat zoiets betekent als “En ik dan?! Waarom wordt toch altijd weer die oude gast met die roodgoude mijter, zilverwitte baard, en gekrulde blinkende staf als eerste of als enige aangesproken, toegeroepen, geïdentificeerd, herkend.”

Lunch

Every (except for holidays) weekday (Monday, Tuesday, Wednesday, Thursday, Friday), a couple of minutes after 12:00, supermarkets (in this case Albert Heijn) in the Netherlands are flooded by youth from secundary schools who buy their lunch. Some supermarket don’t allow them in to buy anything at that time.

Interklantelijke conversatie (2006)

Een jonge vrouw met burlesk-achtige kledij staat in de supermarkt intens te staren naar een schap met soeppakjes/soepblikken – ok, zo grondig worden de verscheidene verpakkingen door haar niet gescand, doch er is wel sprake van enige mate van concentratie.
Er is een ruimte van welgeteld – wat zal het geweest zijn – ik gok om en nabij 1 meter en 20 centimeter tussen haar en het schap. (deze informatie verwijst naar wat komen gaat, un momento por favor..)
Een bijzonder uitgedoste maffe gast, die schuchter het fancy plasticen Super de Boer winkelmandje met twee handen tegen zich aangedrukt houdt, komt aansloffen. Hij houdt halt. Hij praat!! (echo..)
(OMG, jawel, een klant die de mond opendoet tegenover een andere klant – een interklantelijke conversatie is about to begin..tadaa)

BUMG – “Mevrouw, zou ik even voorlangs mogen?”
(frummelt wat aan een papiertje, kijkt even in een flits naar het soepschap, de vrouw, de grond)
JVmBK – “Oh, eh, ja.”
(kijkt even op naar hem, schuifelt voor de vorm een fractie naar achteren, blijft zoeken in het schap)
BUMG – “Dank u wel”
(loopt voorlangs)
JVmBK – …
(staart nog naar de soepen)

(BUMG vervolgt zijn avontuurlijke weg door de labyrintische winkelgangen – tussen de schappen door, JVmBK vindt het gewenste pakje)

The Indian Flag (2006)

Indiase vlag
(place: train, who: dialogue between granddaughter and grandma)

-Grandma, do you know the Indian flag?
-No dear, I wouldn’t know..
-I do! Orange, white and green.

(-Oma, ken jij de vlag van India?
-Nee, ik zou het niet weten..
-Ik wel! Oranje, wit en groen.)